
De kaart die u hiernaast ziet is een reproductie van een plattegrond die getekend is door Cornelis Drebbel in 1597. Met goed inzoomen is te zien dat het pakhuis, waar deze website over gaat, hier al ingetekend is.
De naam Alkmaar kwam, voor zover bekend, voor het eerst voor in het jaar 866 als Alcmere. De spelling is nadien diverse keren aangepast. Bekend zijn schrijfwijzen zoals: Alecmere, Alcmar, Alcmaer, Alckmaer, Alckmaria en Alcmaria. De oplettende lezer valt natuurlijk meteen op dat de oorsprong van de naam Alkmaar wel erg veel lijkt op die van Almere. En dat klopt ook. De oorsprong van de naam van deze twee plaatsen zijn identiek. Zeker tot rond 1500 bestond de directe omgeving van Alkmaar meer uit water dan uit land. Dan is het ook niet zo vreemd dat dit in de naam is verwerkt. Een meer is immers een poel en het woord Alk heeft vermoedelijk een Germaanse oorsprong.
Ontstaan Alkmaar
Over het ontstaan en de geschiedenis van Alkmaar is al heel veel geschreven. Daar is niets aan toe te voegen. Daarom wordt in dit schrijven beperkt met de opmerking dat Alkmaar is ontstaan op een hoge geestrug rondom de Grote Kerk. Deze Grote Kerk ressorteerde oorspronkelijk onder de parochie Heiloo (de moederkerk). Vergeleken met grote kerken in andere steden is die van Alkmaar sober uitgevoerd. Dit heeft te maken dat men het gewicht van de kerk hebben willen beperken omdat de grond vrij drassig is. Momenteel heeft de kerk een multiculturele functie gekregen, de Pasar Malam wordt er bijvoorbeeld gehouden en er is zelfs wel eens autotentoonstelling in geweest.
Spanjaardstraat
Er is nog door niemand met zekerheid vastgesteld waar de naam Spanjaardstraat vandaan komt. Ook Els Ruijsendaal, die de pretentie heeft een gedegen onderzoek gedaan te hebben naar de herkomst van straatnamen in Alkmaar[i], is er niet uitgekomen. In het algemeen neemt men aan dat de naam Spanjaardstraat afkomstig is ter herinnering aan de strijd in deze buurt tegen de Spanjaarden in 1573 tijdens de 80-jarige oorlog. Toch is deze verklaring niet echt logisch. Je gaat toch geen straatnaam geven ter herinnering van de vijand? Daarom is het aannemelijker dat deze straatnaam genoemd is ter nagedachtenis van iemand met zo’n naam. Zo is er gevonden dat een zekere Pieter Adriaansz Spanjaert met zijn zwager Cornelis Pietersz een huis hebben gehad op de hoek van de Karnemelksteeg westzijde aan de stadsvesten. Dat was in september 1574. De Karnemelksteeg is de oude benaming van de Wortelsteeg en op de betreffende hoek heeft later een zeepziederij gezeten (De Hamer). Op zich is deze plek nu op de hoek van de Wageweg, maar het is best aannemelijk te maken dat de Spanjaardstraat doorliep tot de Wortelsteeg. Wie weet is deze naam wel ontstaan ter nagedachtenis van deze heer Spanjaert, al is niet bekend wie dit heerschap was. In de loop der eeuwen is deze straat ook wel gespeld als Spanjers straet, Torenburgh, Spanjerts Straat, Spanjer Straat, Spanjaars Straat en De Spanjerstraat.
Wanneer de Spanjaardstraat precies is ontstaan is mij niet bekend. Op de kaart van Cornelis Drebbel uit 1597 is er wel een straat en het pakhuis herkenbaar. Op de kaart van Jacob van Deventer uit ±1561 is er ter hoogte van de Spanjaardstraat een sloot te zien. Op de maquette in het Stedelijk Museum, wat de situatie van 1573 voor moet stellen, is er geen sloot en geen straat te bekennen. Daarentegen is er op de kaart van Lourens Pieters uit 1565 wel een stukje straat te zien (klopt dus niet t.o.v. maquette). Rond 1600 zal hier dus wel een straat geweest zijn al zal dit nog geen zelfstandige straat geweest zijn. Op de kaart van Joannes Blaeu uit 1649 staat wel Spanjerts Straet als straatnaam genoemd. Ook is een kaart gevonden ondertekend met F. de Wit, maar die lijkt erg veel op die van Blaeu.
Van oudsher was de Spanjaardstraat een straat met bedrijven en fabriekjes en had dus geen woonfunctie. Zo was er bijvoorbeeld een borstelfabriek, sigarenfabriek, cacao en chocoladefabriek (Alcmaria), chemische fabriek (Burg) en ongetwijfeld nog veel meer. Wie daar meer over weet wordt bij deze uitgenodigd dit te melden en vervolgens wordt dit verwerkt in dit schrijven.
Omliggende straten
De Mosterdsteeg is volgens de heer Th.P.H. Wortel aldus genoemd op 30 augustus 1871.[ii] Maar op de kaart uit 1832 wordt het ook al Mosterdsteeg genoemd. In vroeger jaren heeft het in ieder geval Wormbakkersteeg geheten en de naam Mosterdsteeg is genoemd naar een mosterdmakerij dat daar gevestigd was. De Sliksteeg heette vroeger ook wel Slijkstraat, wellicht omdat ze onbestraat was. De Wageweg heette afwisselend Wageweg en Achterweg. Het is een weg waar wagens over kunnen gaan (soortnaam). Het gebied ten noorden van Luttik Oudorp tot Dirk Duivelsweg werd in verleden geheel wel Torenburg (of Toornburg, Toorenburgh) genoemd. Een gebiedsnaam dus, maar dit gaf verwarring met de straatnamen Torenburg en Spanjaardstraat, welke dan ook wel eens door elkaar gehaald werden. De naam Luttik Oudorp is veel ouder, deze naam kwam al voor in 1476 in een pachtsbepaling.
Kadaster
In 1811 is in Nederland begonnen met het nauwkeurig meten van het grondgebied. Dit heeft ongeveer 20 jaar geduurd. Daaruit is het kadaster ontstaan in 1832. Dit deel van Alkmaar werd genoemd sectie B, genaamd Nieuwe Stad. Als perceelnummer kreeg het B199.[iii] De huizen als zodanig hadden geen huisnummer. Tot 1880 werkte men met wijknummers, dit perceel had nummer C610. Na 1880 kregen de straten een huisnummer.[iv] Wel werden de straten doorgenummerd. Het pakhuis kreeg toen nummer 22. In 1909 werden de straten omgenummerd. Het pakhuis kreeg toen het huidige nummer 5. De splitsing van huisnummer 5 in 5 en 5A vond plaats op 2 oktober 1987.
In 1832 waren er in Alkmaar 370 pakhuizen, voornamelijk in het oostelijk stadsdeel. De grotere hiervan bestaan nog, bijvoorbeeld De Boom aan de Houttil en De Vigilantie aan het Verdronkenoord. Wat de kadastrale nummering betreft kan gemeld worden dat de minuutplans uit 1832 in principe heden ten dage nog steeds geldt. Minuutplans zijn de oudste getekende kaarten van het Kadaster waarop alle gronden met gebouwen, erven, wegen en wateren zijn ingetekend.
Als er een wijziging plaats vindt dan vervalt het oude nummer en krijgt het een nieuw volgnummer. Omdat er gewoon doorgenummerd wordt kan een terzake deskundige aan de hoogte van het kadastrale nummer zien wanneer ongeveer de laatste wijziging plaats vond. Er zijn nog steeds woningen met hetzelfde kadastrale nummer als in 1832. Zoals bijvoorbeeld het wallenhuis aan de Torenburg, wat vroeger een herberg was (De Rookoetswagen). Ook de hoekhuizen aan weerszijden van de St. Annastraat met het Luttik Oudorp hebben nog steeds het oorspronkelijke kadastrale nummer.
Op de minuutplans uit 1832 is te zien dat B.199 allebei de huizen aan weerszijden van de steeg inhield. Op 8 februari 1871 vond er een splitsing plaats. Het pakhuis inclusief de steeg kreeg als nummer B.2039 en de fabriek werd B.2040. In juli 1914 was er wederom een splitsing.
Dit naar aanleiding van een gedeeltelijke verkoop waarop verderop in dit verhaal dieper op ingegaan wordt. Het pakhuis werd nummer B.3860 en de steeg kreeg nummer B.3861 toegewezen. De steeg heeft dit nummer nog steeds maar het pakhuis werd op 30 oktober 1992 gesplitst in B.5365 en B.5366, waarbij het eerste nummer Spanjaardstraat 5 is en dat laatste Spanjaardstraat 5A. De fabriek, kantoor en erf krijgt in 1898 het nummer B.3261 toebedeeld wat in die tijd Spanjaardstraat 21 was (is nu nummer 3). Het huidige kadastrale nummer is B.3267 en behelst niet alleen Spanjaardstraat 3 maar ook een schuurtje wat achter Spanjaardstraat 1 staat hoort daarbij. Dit gebouwtje is namelijk in de negentiende eeuw neergezet voor een stoommachine ten behoeve van een fabriek. Om de vernummeringen te verduidelijken onderstaand schema.

Een opvallend verschil met gegevens uit het Kadaster met die uit het Regionaal Archief is dat de namen van eigenaren van belendende percelen niet genoemd worden. Dat is namelijk niet meer nodig omdat door de methode van het Kadaster de huizen beter te lokaliseren zijn.
Opgravingen
In 1978 zijn tijdens rioleringswerkzaamheden in de Spanjaardstraat ongeveer ter hoogte van Spanjaardstraat 5, waar deze website overgaat, restanten gevonden van een middeleeuwse pottenbakkersoven. Gevonden zijn resten van een oven, afval en proenen uit de tweede helft van de 15de eeuw. Wegens brandgevaar waren in vroeger jaren namelijk de pottenbakkerijen buiten het stadscentrum.[v]
In het voorjaar van 1987 is op het voormalig terrein van MET (een garagebedrijf dat aan het eind van dit blok zat, oftewel op de hoek van de Wageweg en de Wortelsteeg) een tweetal pottenbakkersovens gevonden. Deze werden met een shovel direct weggegraven en zijn verder niet onderzocht. In de tuin van Luttik Oudorp 56 en 58 is in mei 1989 tijdens een verbouwing door de eigenaar een beerput aangetroffen.[vi] Uit de beerput op nummer 58 werden pijpen-koppen en aardewerk van zowel wit- als roodbakkende klei geborgen, daterend uit het laatste kwart uit de 18de eeuw. Ook is gevonden 10 tinnen voorwerpen, waaronder twee inktstellen, en een aantal houten voorwerpen zoals een kinderspeelpop. Een aparte groep werd gevormd door lakzegels zoals gebruikt door notarissen en notabelen voor verzending van brieven en documenten. In de tuin op Luttik Oudorp 56 is geen water- of beerput gevonden. Wel een grote afvalkuil. De inhoud bestond voornamelijk uit roodbakkend aardewerk, waaronder veel misbaksels. Verder witbakkend aardewerk, steengoed, majolica, benen voorwerpen, glas en wat metaal, daterend uit de tweede helft van de 16de eeuw. Uitzonderlijk waren twee haardschermen die zijn versierd met slibwerk in typisch Noord-Hollands stijl, gemaakt door dezelfde pottenbakker. Verder is er een pottenbakkersstempel gevonden, vervaardigd uit roodbakkende klei.
[i] Alkmaar binnen de Veste, E. Ruijsendaal, 1998.
[ii] Alkmaar gevels van de binnenstad, Gemeente Alkmaar 1980.
[iii] Kadastrale atlas van Noord-Holland 1832, deel 2 Alkmaar.
[iv] Historisch Kadaster van Alkmaar, W.J. van den Berg, 1991.
[v] Alkmaar in prehistorie en Middeleeuwen, E.H.P. Cordfunke, 1978.
[vi] Uit de Alkmaarse bodem, archeologische vondsten 1986-1992.